Op deze pagina vind je alle blogs en nieuws van Sterk in kinderopvang. 

Wat is een hectische tijd, door het corona virus loopt alles net even anders. Er is veel onzekerheid, vragen en natuurlijk zorgen. Dit begrijpen wij heel goed, toch willen wij jullie motiveren om positief te blijven! Probeer van de nood een deugd te maken…

Maak van de nood een deugd 

Oud Nederlands gezegde; betekenis: ‘zich aanpassen aan de omstandigheden en die benutten’ 
 
Een lastige tijd in kinderopvangwereld, maar wat nou als wij ons aanpassen aan de omstandigheden en er samen het beste proberen van te maken? Wij willen jullie daar heel graag mee helpen. Dit deden wij afgelopen weken door het plaatsen van een blog met een stappenplan, het informeren over nieuws op social media, het plaatsen van Gratis Sterk Tools en het lanceren van ons Sterk Platform. Daar voegen wij vanaf vandaag de ‘Tijd voor Sterk beleid Actieweken’ aan toe. 
In deze nieuwsbrief leggen wij uit hoe de Gratis Sterk Tools, het Sterk Platform en Tijd voor Sterk beleid Actieweken jou kan helpen om deze tijd Sterk te benutten. 

Einde van de middag is bekend geworden dat de kinderopvang gesloten wordt met uitzondering voor kinderen van ouders die vallen onder een cruciale beroepengroep tot minimaal 6 april. Binnen dit nieuwsbericht proberen wij jullie op weg te helpen met een stappenplan, alsmede de maatregelen en coulance van de inspectie op een rijtje te zetten. Mochten jullie na aanleiding hiervan vragen hebben dan kunt u mailen naar daisy@sterkinkinderopvang.nl , wij doen ons uiterste best u mailtjes zo spoedig mogelijk te beantwoorden. 

Plan van aanpak:

  1. Informeer ouders en kinderen op welke wijze jullie omgaan met de sluiting
  2. Inventariseer welke ouders vallen onder de cruciale beroepengroep, het betreft gezinnen waarbij beide ouders in dergelijke beroepsgroepen vallen ( kijk op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/cruciale-beroepsgroepen om welke beroepen dit gaat) en welke kinderen de aankomende drie weken wel naar de opvang komen
  3. Maak een kindplanning. Hierbij kun je kinderen indien mogelijk op één stamgroep opvangen of op één locatie van je eigen kinderopvangorganisatie. De GGD heeft na aanleiding van het virus een coulance ingesteld. Dit houdt in dat bij calamiteiten en wanneer echt niet anders kan van de wettelijk eisen afgeweken mag worden op de volgende punten
    1. De groepsgrootte mag met 50% worden overschreden indien de groepsruimte dit toelaat
    2. De BKR mag met 25% worden overschreden
    3. Er mag buiten de beschreven tijden in het pedagogisch beleidsplan van de drie uursregeling worden afgeweken, let op er mag vooralsnog niet meer dan drie uur per dag worden afgeweken
    4. Er mag worden afgeweken van het vaste gezichten criterium
    5. Kinderen mogen worden opgevangen op een andere locatie van de kinderopvangorganisatie
    6. LET OP: de GGD zal ten alle tijden toetsten of je als houder echt geen andere mogelijkheid had. Daarnaast toetsen zij of de fysieke veiligheid en de emotionele veiligheid van de kinderen is gewaarborgd. Kijk voor de gehele brief op https://ggdghor.nl/wp-content/uploads/2020/03/20200313-bericht-houders-coulance-ivm-corona.pdf
  4. Maak een personeelsrooster. Houdt hierbij rekening met de extra maatregelen ten aanzien van pedagogisch medewerkers. Zij mogen niet komen werken indien zij verkouden zijn, hoesten of verhoging hebben
  5. Stel ouders op de hoogte op welke locatie en / of stamgroep hun kind de aankomende drie weken wordt opgevangen en vraag schriftelijke toestemming indien deze afwijkt van de eigen stamgroep. 

De eerstkomende twee dagen gaan in principe alle locaties ‘gewoon’ open, maar enkel voor dagopvang en BSO van kinderen waarvan ouder(s) in vitale beroepen werken. In de komende dagen worden allerlei zaken verder uitgewerkt. De gemeente zal dan de locaties gaan aanwijzen waar deze opvang plaats gaat vinden. Gemeenten werken daarin samen in de veiligheidsregio’s.

Voor nu roept het kabinet ouders op om alles te laten zoals het is, contracten in stand te houden en facturen te betalen. Financiële consequenties zullen de komende dagen verder worden uitgedacht en uitgewerkt. Dit betekent dat je als kinderopvangorganisatie dus gewoon de contracturen factureert en dat ouders deze zullen moeten betalen.

Extra maatregelen gedurende de opvang van kinderen van ouders met een cruciaal beroepengroep:

  1. Draag zorg voor goed handhygiëne. Informeer medewerkers extra over de wijze waarop handen gereinigd dienen te worden en wanneer
  2. Vraag pedagogisch medewerkers geen hand en polssieraden te dragen en de nagels kort te houden
  3. Draag zorg voor een goede hoesthygiëne, hoest in de elleboogholte
  4. Stimuleer kinderen in een goede hoesthygiëne
  5. Zorg ervoor dat snotneusjes zo snel mogelijk worden gereinigd met een papieren zakdoek en gooi deze meteen weg in een gesloten vuilnisbak
  6. Kinderen die verkouden zijn, hoesten of verhoging hebben mogen niet naar de kinderopvang komen
  7. Draag zorg voor een goede schoonmaak. Maak handcontact punten en speelgoed dat in de mond wordt genomen dagelijks of meermaals schoon
  8. Draag zorg voor een goed binnenmilieu, ventileer gedurende de gehele dag en lucht regelmatig
  9. Bekijk ook onze spoed nieuwsbrief van 2 maart voor verder uitleg over enkele van de bovenstaande punten

Wij snappen dat de maatregelen voor ondernemers in de kinderopvang ook financiële gevolgen hebben. Voor meer informatie over het ondernemerschap verwijzen wij u graag door naar https://www.kvk.nl/coronaloket/

Het is bijvoorbeeld mogelijk om werktijdverkorting aan te vragen. Zie meer informatie hierover op https://www.kvk.nl/coronaloket/ En https://www.uwv.nl/werkgevers/tijdelijk-minder-werk/detail/werktijdverkorting/hoe-vraagt-u-een-vergunning-voor-werktijdverkorting-aan .

Sterk in kinderopvang zal tot minimaal 6 april geen locatiebezoeken verrichten. Wij zijn beperkt telefonisch bereikbaar en doen onze best zoveel mogelijk oproepen te beantwoorden. Daarnaast zijn wij per mail gewoon bereikbaar, wij proberen al u mails zo spoedig mogelijk te beantwoorden. 

Het Corona virus
Helaas is ook het Coronavirus in Nederland geconstateerd. De afgelopen dagen hebben wij van vele kinderopvangorganisaties mailtjes gekregen welke extra maatregelen zij kunnen nemen, maar ook wat moeten wij als kinderopvangorganisatie doen.
Om deze reden verzenden wij een extra nieuwsbrief .
Het virus wordt overgedragen door contact met een besmet persoon. Dit kan door lichamelijk contact maar ook door de verspreiding van ziektekiemen in de lucht ( aan hoesten en niezen). Helaas kan het virus op dit moment nog niet worden voorkomen, extra noodzaak om de kans op verspreiding zo klein mogelijk te maken.
In deze nieuwsbrief zetten wij enkele tips uiteen waar jullie mee aan de slag kunnen.

Preventiemaatregelen
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de hygiëne op verschillende gebieden binnen de kinderopvang. In deze nieuwsbrief hebben wij het over vier verschillende factoren waar je als kinderopvangorganisatie in de aankomende periode extra goed op kunt letten.
1. De handhygiëne
2. Hoest hygiëne
3. De schoonmaak
4. Binnenmilieu

Informeer pedagogisch medewerkers
Allereerst is het belangrijk dat pedagogisch medewerkers goed worden geïnformeerd welke maatregelen er worden getroffen binnen jullie organisatie en waar zij de aankomende periode extra goed op moeten letten. Breng de diverse werkafspraken nogmaals naar voren en vraag pedagogisch medewerker bewust te handelen.
Daarnaast kun je als organisatie extra richtlijnen opstellen ten aanzien van het werken als je niet lekker bent. Met het nijpende personeelstekort en de wetgeving omtrent vaste gezichten raden wij het absoluut niet aan een pedagogisch medewerker niet te laten werken als het slechts een beetje verkouden is. Echter kun je pedagogisch medewerkers wel vragen als zij niet geheel fit zijn, de lichaamstempratuur goed in de gaten te houden en bij verhoging contact te laten opnemen met de leidinggevende.
Daarnaast is het belangrijk dat je in ieder geval de richtlijnen van de GGD en RIVM volgt, indien er vermoedens zijn van het Coronavirus.

Informeer ouders
Ook voor ouders is het een spannende periode. Elke ouder is anders, waar sommige ouders zich veel zorgen maken, vinden andere ouders het allemaal ‘nog wel meevallen’. Belangrijk in de huidige situatie is dat je ouders het vertrouwen inboezemt dat jullie in ieder geval erover hebben nagedacht. Stel ouders dan ook zeker op de hoogte welke aandachtspunten in het bijzonder jullie aandacht hebben. Op deze wijze schep je vertrouwen.

Handhygiëne & hoest / nies hygiëne
Het allerbelangrijkste is momenteel de handhygiëne. De pedagogisch medewerker dienen een goede handhygiëne te hebben en de handen effectief te reinigen. Informeer pedagogisch medewerkers nogmaals over de wijze waarop handen gereinigd kunnen worden binnen jullie organisatie en op welke wijze dit effectief gedaan kan worden. Hang eventueel bij alle kranen een werkinstructie op, zoals hieronder weergeven.
Tevens is het belangrijk dat pedagogisch medewerkers weten op welke momenten zij de handen dienen te wassen. De belangrijkste momenten zijn op dit moment: na lichamelijk contact / verzorging van een kind, voor het bereiden van voedsel, na het aanraken met lichaamsvocht ( begeleiding van neus snuiten, of de eigen neus bv.)
Daarnaast raden wij aan om de nagels kort te houden en geen hand en polssieraden te dragen.

Wat betreft de hoest en nies hygiëne is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers kinderen stimuleren de ellenboog voor de mond te houden bij hoesten of niezen. Indien dit niet lukt voor een kind, en het in de hand niest of hoest, is het belangrijk dat het kind daarna zijn handen reinigt. Daarnaast dienen snotneuzen zo snel mogelijk schoongemaakt te worden met een papieren tissue die uiteraard direct gedeponeerd dient te worden in een gesloten vuilnisbak.
Indien een pedagogisch medewerker begeleiding biedt aan het schoonmaken van neuzen is het uitermate belangrijk dat zij de handen daarna reinigt.

Als laatste is een aandachtspunt dat de pedagogisch medewerkers na een handeling waarbij de handen gereinigd moeten worden zo min mogelijk materialen en voorwerpen aanraakt alvorens zij de handen heeft gereinigd.

Handen reinigen met water en zeep:
1. Maak de handen nat met water.
2. Voorzie de handen van vloeibare zeep.
3. Wrijf de zeep minimaal 10 seconden goed uit over de gehele handen, vingers en de huid ertussen, vingertoppen en polsen.
4. Spoel de handen goed na met water.
5. Handen worden met een schone handdoek of met papieren wegwerpdoekjes gedroogd. Bij gebruik van een handdoek wordt deze ieder dagdeel en bij zichtbare verontreiniging vervangen.

Handen reinigen met handdesinfectie-middelen:
1. Zorg dat de handen goed droog zijn alvorens het handdesinfectiemiddel te gebruiken.
2. Vul het kuiltje van de hand met handdesinfectiemiddel.
3. Wrijf het handdesinfectiemiddel over de gehele handen, vingers en de huid ertussen, de vingertoppen en de polsen.
4. Wrijf het desinfecterende middel uit totdat het is opgedroogd.

Schoonmaak & binnenmilieu
Als laatste dient er aandacht te zijn voor de schoonmaak en het binnenmilieu.
Wat betreft de schoonmaak is het belangrijk dat de hand contact punten in ieder geval dagelijks maar bij voorkeur twee keer per dag worden gereinigd. Met hand contact punten worden de materialen die dagelijks door iedereen wordt aangeraakt bedoeld, zoals de deurklink, de deurbel, de telefoon, lichtknopjes, de toiletdoorspoel knop en overige handgrepen.
Daarnaast is het belangrijk dat er extra aandacht is voor de hygiëne van het speelmateriaal. Materiaal dat in de mond genomen wordt door kinderen ( met name op de baby en dreumesgroepen) dienen dagelijks gereinigd te worden. Tevens raden wij aan om overige speelmateriaal de aankomende periode in plaats van maandelijks iedere twee weken te reinigen.
Volg voor het reinigen de richtlijnen van de organisatie op of raadpleeg de Kiddi-app voor de juiste schoonmaakmethodes.

Als laatste is aandacht voor een goed binnenmilieu een tip die wij jullie graag meegeven. Zorg dat de pedagogisch medewerkers voldoende ventileren. Hierdoor wordt de lucht regelmatig ververst in de ruimte en hangen er minder ziektekomen in de ruimte. Doe dit door dagelijks één raampje in ieder geval open te houden gedurende de opvangdag. Houdt de co2 meter goed in de gaten en start met extra ventilatie met waardes boven de 800PPM. Als laatste is het een optie om één of tweemaal daags te spuien. Spuien is het in korte tijd geheel vervangen van de lucht. Dit kun je doen door gedurende 10 minuten a 15 minuten alle ventilatiemogelijkheden wagenwijd open te zetten. Doe dit bijvoorbeeld vroeg in de ochtend als er nog geen kinderen zijn, als de kinderen buitenspelen, als alle kinderen op bed liggen of aan het einde van de dag als alle kinderen weg zijn.

Als laatste willen wij jullie er graag op attenderen dat het desinfecteren met alcohol niet effectief is als dit wordt gebruikt als enigste reinigsmiddel. Het oppervlakte dient altijd eerste gereinigd te worden met schoonmaakmiddelen, zoals bijvoorbeeld allesreiniger en daarna past met bv. 70% alcohol.

Met deze nieuwsbrief geven wij enkele tips hoe jullie in de praktijk om kunnen gaan met preventiemaatregelen. Wij willen jullie er op attenderen dat dit extra maatregelen zijn en deze maatregelen niet alle door het RIVM of GGD momenteel worden geadviseerd.

Afgelopen jaren en nog steeds horen wij heel veel misvattingen over de functie pedagogisch coach & beleidsmedewerker. Om deze reden schreven wij een blog over de grootste misvattingen die wij de afgelopen periode hebben gehoord met daarbij natuurlijk meteen het antwoord hoe het nou precies zit!

 

1.    De pedagogisch coach en beleidsmedewerker moeten twee personen zijn

Een van de grootste misverstanden is dat de pedagogisch coach en beleidsmedewerker twee verschillende personen moet zijn. Dit is niet het geval. De organisatie is vrij om zelf te kiezen hoe zij de functie willen invullen. Dit kan op twee verschillende manieren. De eerste is om één pedagogisch beleidsmedewerker aan te stellen die verantwoordelijk is voor het geschreven pedagogisch beleidsplan, de implementatie, evaluatie en scholing hiervan en één pedagogisch coach aan te stellen die verantwoordelijk is voor het coachen van de pedagogisch medewerkers op de werkvloer. De andere optie is om één medewerker aan te stellen die zowel de taken van de pedagogisch coach alsmede de taken van de pedagogisch beleidsmedewerker uitvoert.

2.    Er moet jaarlijks verplicht 50 uur besteed worden aan beleidszaken

De vijftig uur in de formule voor beleidszaken hoeft absoluut niet alleen aan het beleid besteed te worden. Als organisatie ben je verantwoordelijk voor het opstellen van een goede urenverantwoording. Hierbij maak je zelf een inschatting hoeveel uur je wilt besteden aan het coachen van medewerkers en hoeveel uur je wilt besteden aan het ontwikkelen of door ontwikkelen van je pedagogisch beleidsplan. Bijvoorbeeld; je dient als organisatie 100 uren per jaar in te zetten voor de pedagogisch coach en beleidsmedewerker. In de urenverantwoording en planning vooraf, plan je hiervan 20 uur in voor pedagogische beleidszaken en de overige 80 uur plan je in voor coaching activiteiten.

3.    Alle werkzaamheden die mijn pedagogisch coach en beleidsmedewerker doen mogen worden afgetrokken van de wettelijke gestelde uren

Helaas is dit niet het geval. Alleen de activiteiten die pedagogisch gericht zijn mogen worden genoteerd. Zo zijn bijvoorbeeld de uren die een pedagogisch beleidsmedewerker schrijft aan een beleid veiligheid en gezondheid niet aftrekbaar van het wettelijk aantal uren of zijn de uren voor het maken van een rooster door de pedagogisch coach ook niet aftrekbaar. Het is van groot belang om een goede urenregistratie bij te houden, waarbij duidelijk wordt welke werkzaamheden er zijn verricht. Houdt hierbij altijd in je achterhoofd; ben ik met deze werkzaamheden direct de pedagogisch kwaliteit aan het verbeteren? Ben ik bezig met het pedagogisch beleidsplan? Ben ik bezig met het coachen van medewerkers? Zo ja, dan mag je de uren van de wettelijk gestelde uren van jouw organisatie aftrekken.

Vergaderingen die over het pedagogisch beleidsplan gaan of een pedagogisch karakter hebben mogen uiteraard wel worden afgetrokken van de uren.

4.    BBL-stagiaires hoeven niet gecoachd te worden door de pedagogisch coach

Indien een BBL-stagiaire formatief wordt ingezet, dient zij coaching te ontvangen van de pedagogisch coach. Zij moet jaarlijks minimaal één keer gecoacht worden.

5.    De pedagogisch coach die zelf op de groep staat hoeft niet gecoacht te worden

Als de pedagogisch coach naast haar werkzaamheden als coach ook zelf werkzaam is op de groep dient zij ook gecoacht te worden. Dit kun je doen op verschillende manieren. Je kunt bijvoorbeeld een andere pedagogisch medewerker met de juiste diploma’s aanwijzen als pedagogisch coach, je kunt een externe pedagogisch coach inhuren of je kunt de samenwerking opzoeken met organisaties in de buurt.

 

Mocht je twijfelen of jij de pedagogisch coach en beleidsmedewerker goed inzet of vragen hebben, dan mag je natuurlijk altijd even een mailtje sturen. Ook heel handig is ons leidraad voor de pedagogisch coach en beleidsmedewerker. Vraag je, je af hoe je de werkzaamheden van de pedagogisch coach vorm kan geven in de praktijk? Dan heeft Sterk in kinderopvang hiervoor een handleiding: ‘Leidraad voor de pedagogisch coach’.

In 2019 hebben wij de eerste versie geproduceerd. In het eerste kwartaal van 2020 zal de Leidraad 2.0 verschijnen. Hierin staat een leuke nieuwe jaarplanning, nieuwe coachactiviteiten en uiteraard nieuwe werkbladen, zodat je ook dit jaar weer lekker aan de slag kan gaan met de pedagogische kwaliteit!

Mocht je interesse hebben in de Leidraad 2.0 dan kun je een pre-order plaatsen door te mailen naar administratie@sterkinkinderopvang.nl.

De wet innovatie kwaliteit kinderopvang houdt de gehele kinderopvangbranche in een greep. Hoe dichter wij bij 1 januari komen hoe groter de spanning lijkt te worden. Wat gaat er nou precies veranderen? Wat moet ik veranderen? Waar moet ik rekening mee houden?
Allemaal hele redelijke vragen, want hoe zorg jij er vanaf 1 januari 2018 er voor dat jouw kinderopvangorganisatie aan Wet Kinderopvang voldoet? Wil je een heel gedetailleerd antwoord op deze vragen? Dan nodig ik jullie van harte uit om deel te nemen aan de training; “IKK in de praktijk” verzorgd door Sterk in kinderopvang en Pulito. Kijk voor meer informatie en datums van de trainingen op de website van Sterk in kinderopvang of schrijf je direct in via de mail.

In mijn aankomende blogs zal ik daarnaast een overzicht geven van de wijzigingen in de wet kinderopvang daarnaast zal ik proberen zoveel mogelijk de link te leggen naar de praktijk en hetgeen jij als organisatie dient te veranderen.

De definitie van verantwoorde kinderopvang is aangepast! En als je het aan mij vraagt is dit toch wel de beste wijziging! Er is veel meer aandacht voor het kind en hoe kinderopvangorganisatie verantwoordelijke kinderopvang aan moet bieden. Nu staat er in de wet: “Een houder van een kindercentrum biedt verantwoorde kinderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.” Dat is alles, je bent als houder verantwoordelijk voor goede , gezonde kinderopvang in een veilige en gezonde omgeving. Hoe je dit vorm geeft wordt niet expliciet benoemt, waardoor ik mezelf vaak in een discussie wist te krijgen over wat is nou verantwoorde kinderopvang?
In de wet IKK die op 1 januari 2018 in gaat staat dat de houder in ieder geval zorg draagt voor een x-aantal zaken en dat daarmee verantwoorde kinderopvang wordt geboden. Hierbij is er met name meer aandacht voor het kind. Je ziet namelijk op verschillende punten de pedagogische basisdoelen van Riksen-Walraven terug komen, alsmede interactievaardigheden die in de NCKO-monitor worden benoemt. Er wordt in de wet nu erkent dat de manier waarop de pedagogisch medewerkers omgang met het kind bijdrage aan de ontwikkeling van de kinderen
Hieronder heb ik de punten voor verantwoorde kinderopvang opgesomd en het lijkt erop dat ik met deze nieuwe wet nooit meer verzeild raak in de discussie; wat is nou verantwoorde kinderopvang?. Want verantwoorde kinderopvang wordt gewaarborgd als je werk volgens de onderstaande wettelijke normen, doe je dat, dan kunnen we spreken over verantwoorde kinderopvang!
1. Er wordt op een sensitieve en responsieve manier met kinderen omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen;
Er is geen sprake meer van dat in de wet staat, dat de wijze waarop de emotionele veiligheid van de kinderen wordt gewaarborgd beschreven moet staan in het pedagogisch beleidsplan, er staat vanaf januari 2018 een minimaal aantal voorwaarden waarop de emotionele veiligheid van de kinderen gewaarborgd moet worden. Voorwaarde zoals sensitieve en responsieve houding van medewerkers en respect voor de autonomie. Dat betekent dat kinderopvangorganisatie nog even goed naar het pedagogisch handelen mag kijken en daar waar nodig pedagogisch medewerkers begeleid en ondersteunt moeten worden om dit in de praktijk te laten zien.
2. Kinderen worden spelenderwijs uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; Nu staat ook hier in de wet heel duidelijk wat er wordt bedoeld met de persoonlijke competentie en op welke ontwikkelingsgebieden de kinderopvangorganisatie minimaal een stimulans dient te geven. Dit zou betekenen dat elke kinderopvangorganisatie in Nederland een minimaal aan stimulansen voor bepaalde ontwikkelingsgebieden gaat bieden en kinderen dus bij elke kinderopvangorganisatie ongeacht de visie en filosofie in ieder geval de belangrijkste basis en stimulansen mee krijgen.
Dit betekent voor jouw als kinderopvangorganisatie dat je bewust stil moet gaan staan hoe jij in de praktijk deze ontwikkelingsstimulans gaat bieden, op welke manier en hoe zorg je ervoor dat de medewerkers voldoende kennis hebben om dit te doen?
3. Kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden. Het draait hier om de sociale kennis en vaardigheden van kinderen, maar met name ook hoe de pedagogisch medewerker de kinderen begeleid in de interactie.
4. Als laatste maar zeker niet onbelangrijk kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. Ook hier is nu ook voor meer specifieke verwachtingen en wellicht nog het allermooiste wordt er benoemt dat we de algemeen aanvaarde waarden en normen overdragen, zodat de kinderen op een respectvolle manier omgaan met andere in de maatschappij. Zou dit betekenen dat de generatie die nu opgroeit niet alleen de zogeheten ‘rookvrije’ generatie is, maar wellicht ook de ‘discriminatievrije’ generatie? Afijn dat is natuurlijk een heel ander onderwerp en waarschijnlijk een hele andere discussie! Het belangrijkste is dat er nu voorwaarden zijn gesteld aan de normen en waarden overdracht maar met name hierbij een doel is benoemt.

Als je het aan mij vraagt is dit toch wel een zeer positieve verandering in de wet kinderopvang, hij zorgt voor meer duidelijkheid. Daarbij draagt hij bij aan het streven naar nog betere ontwikkelingsmogelijkheden voor het jonge kind. Ik hoop dat deze wijziging voor de meeste kinderopvangorganisatie niet een ‘echte’ verandering is, want stiekem hoop ik natuurlijk dat alle kinderopvangorganisatie al pedagogisch medewerkers hebben die de kinderen sensitief benaderen, die de meeste belangrijke ontwikkelingsgebieden stimuleren, kinderen de kans geven samen te spelen en op te groeien tot een volwaardige wereldburger. Toch denk ik dat het voor geen enkele organisatie kwaad kan om eens op de groepen te gaan kijken, hoe gaan wij hier mee om? Hoe communiceren mijn pedagogisch medewerkers? Welke interactievaardigheden laten zij zien?
Door te kijken, te observeren, leer je wat er gebeurt in je organisatie en kun je jezelf en de pedagogisch medewerkers de kans geven te leren en te groeien. Waardoor jouw kinderopvangorganisatie niet alleen een plek is waar kinderen mogen groeien maar ook pedagogisch medewerkers en jijzelf!

In mijn volgende blog zal ik het gaan hebben over het pedagogisch beleidsplan, want ook daar komen nieuwe wettelijke eisen.

Mocht je vragen hebben? Schroom dan niet om contact te zoeken. Ook wil ik jullie nogmaals attenderen op de ontzettend leuke training: “IKK in de praktijk”.

Het is alweer tijd voor mij tweede blog over de Wet IKK. Mocht je het eerst nog niet hebben gelezen, dan raad ik je zeker aan om dit nog even hier te doen. In deze blog leg ik namelijk de basis van de Wet IKK uit, namelijk wat in de wet wordt verstaan onder verantwoorde kinderopvang.

Met het veranderen van de wet met betrekking tot de definitie ‘verantwoorde kinderopvang’, waar de aandacht veel meer is verplaatst naar de pedagogische kwaliteit, dient er ook gekeken te worden naar ons pedagogisch beleidsplan. Als kinderopvangorganisatie zal je namelijk ergens moeten beschrijven hoe je waarborgt dat je verantwoorde kinderopvang biedt. Eén van de beste manieren om dit te doen, is door dit in duidelijke, observeerbare termen te beschrijven in je pedagogisch beleidsplan. Pak mijn vorige blog er eens bij en kijk wat hierover wordt gezegd in jouw pedagogisch beleidsplan. Mocht je er nu achter komen dat een van de punten helemaal niet benoemd wordt in jouw pedagogisch beleidsplan, dan weet je wat je te doen staat! Ik zou zeggen: met een sterke bak koffie achter de laptop, om dat grote document wat wij het pedagogisch beleidsplan noemen, te herschrijven!

En als je dan toch bezig bent met het evalueren van je pedagogisch beleidsplan, weet dan dat het volgende in de wet wordt aangepast ten aanzien de eisen aan je pedagogisch beleidsplan:
1. Er is een beschrijving van de wijze waarop de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd en gestimuleerd en daarbij naar een doorlopende ontwikkel lijn met het basisonderwijs en de buitenschoolse opvang wordt gestreefd. Beschrijf in dit gedeelte niet alleen hoe je zorg draagt voor een doorlopende ontwikkelingslijn maar met name ook hoe jouw informatieoverdracht is naar scholen en de buitenschoolse opvang. Voor veel kinderopvangorganisaties betekent dit, dat er nog contact gelegd dient te worden met de basisscholen en hier met de basisscholen afspraken over gemaakt moeten worden. Dus helaas is de aanpassing in de wet niet alleen te behalen door met een sterke bak koffie achter je laptop het pedagogisch beleidsplan te herschrijven. We zullen ook op onze fiets moeten stappen naar de dichtstbijzijnde basisscholen.
2. Geheel nieuw in de wet is dat elk kind een mentor aangewezen moet krijgen. In het pedagogisch beleidsplan dien je te beschrijven hoe jullie dit binnen de organisatie vorm geven. Het ‘hoe’ staat uiteraard niet in de wet en ik kan je verklappen dat er vele manieren zijn die allemaal goed zijn. Het is aan jou en je creatieve brein om hier een passende werkwijze voor jouw organisatie van te maken. Wil jouw creatieve brein even niet meewerken? Of loop je vast in het ‘hoe kan ik dit vorm geven’? Schrijf je dan vooral in voor de training ‘Wet IKK in de praktijk’ van Sterk in kinderopvang en Pulito.
3. Als laatste gaat de drie-uursregeling ten aanzien van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio op de schop. Spannend? Hell yeah! Waar op dit moment in de wet precies staat tussen welke uren je mag afwijken met een maximum van drie uur per dag, staat straks alleen in de wet dat je maximaal drie uur mag afwijken van de kind-leidster-ratio. Laat mij jullie nu al verklappen, dat jullie hoogstwaarschijnlijk door deze verandering het meeste zullen zweten! Ik zal jullie vertellen waarom. Kun jij nu antwoord geven op deze vragen: Wanneer wijk je in de praktijk nu daadwerkelijk af van het BKR op de maandag? En op de dinsdag? Weet je het? Ik hoor graag de precieze tijden. Lastig he? Hoogstwaarschijnlijk als je niet toevallig net je drie-uursregeling in kaart hebt gebracht. Je hebt dan vermoedelijk geen idee, geen flauw benul wat de precieze tijden zijn. In het pedagogisch beleidsplan moet je straks echter de specifieke tijden benoemen dat je gebruik maakt van de drie-uursregeling. Deze mogen per dag verschillen, maar niet per week. Dus in het pedagogisch beleidsplan komt straks te staan: op de maandag maken wij van 00:00 uur tot 00:00 uur gebruik van de drie-uursregeling, wat betekent dat wij …, et cetera. Ga zo maar door voor alle dagen. Laat me raden, je begin licht te zweten? Ik zou willen dat ik kon zeggen dat het allemaal mee zal vallen. Maar eerlijk gezegd is dit voor elke organisatie een puzzel, die jullie niet alleen nu moeten maken, maar als de wet is ingegaan, ook regelmatig moeten evalueren. Laat het nu net zijn dat ik erg van puzzelen hou. Dus ja, ook bij mij een beetje zweet, maar ik zie vooral een leuke uitdaging en ik hoop dat jij dat ook ziet, zodat je met frisse moed en wellicht nu een biertje of wijntje in kaart kunt gaan brengen wanneer jij gebruik maakt van de drie-uursregeling en je dit in observeerbare termen in je pedagogisch beleidsplan kunt beschrijven.

Zie je het ondertussen niet meer zitten? Wil je meer informatie? Wil je hulp, advies of meer kennis? Geen paniek, want voor alles is een oplossing! Je kunt je namelijk altijd inschrijven voor de training ‘Wet IKK in de praktijk’ van Sterk in kinderopvang of Pulito. Kijk hier snel voor meer informatie.
Geen zin in een training, maar wil je wel even sparren over deze veranderingen? Neem dan gerust contact met mij op.

In mijn volgende blog zal ik ingaan op het beleid veiligheid en gezondheid. Ze willen namelijk af van afvink lijstjes. Top, maar wat nu?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, wat betekent de Wet IKK nu eigenlijk voor mijn beleid veiligheid en gezondheid? Een hele hoop kan ik je vertellen! Zoals ik al even aanstipte in mijn vorige blog willen ze af van de geestdodende afvinklijstjes. De lijstjes die we netjes doorlopen zonder daadwerkelijk echt stil te staan bij de veiligheid en gezondheidsrisico’s. Oké, wellicht is dat een beetje overdreven, maar het grootste gedeelte zal toch wel durven toe te geven dat ze elk jaar even kort naar de RIE kijken en weer door gaan, zonder echt stil te staan bij de bijzonderheden van jouw locatie en organisatie.
De wijziging in de wet geeft jullie allen de kans even heel bewust stil te staan bij de veiligheid en gezondheidsrisico’s van jouw organisatie, hier actief over na te denken en je beleid weer eens op te frissen. Dit betekent ook dat het nu het moment is om met zijn allen te gaan brainstormen over hoe dit beleid eruit kan komen te zien.

Wat gaat er veranderen in de wet ten aanzien van het beleid met betrekking tot veiligheid?
De strekking van de wet blijft uiteraard hetzelfde. De houder heeft een beleid veiligheid en gezondheid opgesteld en zorgt ervoor dat de pedagogisch medewerkers hier kennis van kunnen nemen en naar handelen, zodat elk kind veilig en gezond opgevangen kan worden.
De verandering zit hem voornamelijk in de uitwerking van het beleid veiligheid en gezondheid. Ze willen namelijk af van de afvinklijstjes. Dit betekent dat je geen lang afvinklijstje meer hoeft in te vullen, maar in plaats daarvan wordt er gevraagd om een concrete beschrijving te maken hoe er wordt zorg gedragen voor een veilige en gezonde kinderopvang. Hierbij wordt specifiek genoemd dat je moet vermelden hoe je ervoor zorgt dat het beleid veiligheid en gezondheid een continu proces is binnen de organisatie. Denk hierbij aan het vormen van beleid, het implementeren, het evalueren en het actualiseren. Daarnaast is een grote verandering dat er met name een concrete beschrijving moet zijn van de grote gezondheids- en veiligheidsrisico’s en hoe hier mee om wordt gegaan. Heeft jouw kinderopvang een geweldige natuurtuin waar kinderen in de bomen mogen klimmen? Super! Leuk! Doen! Maar beschrijf in je beleid wel duidelijk hoe dit veilig gebeurt.
Voor de kleine risico’s dient te worden beschreven hoe de kinderopvang de kinderen leert hoe ze moeten omgaan met dit risico, zodat op deze wijze het risico beperkt wordt.
Dit betekent dat er geen vastomlijnde lijstjes meer zijn en je als houder en leidinggevende zelf moet gaan nadenken hoe je de risico’s in kaart gaat brengen. Wil je graag samen brainstormen over hoe je dit vorm kan geven? Dan nodig ik je niet alleen uit om deel te nemen aan de training ‘Wet IKK in de praktijk’, maar ook om jouw idee hierover te delen bij de reacties onder de blog. Samen staan we sterk en samen komen de mooiste ideeën naar voren hoe we het nieuwe beleid kunnen vorm geven.
Niet geheel onbelangrijk is dat naast het in kaart brengen van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s zoals wij deze nu kennen, in het beleid ook een aantal andere facetten opgenomen dienen te worden. In het beleid dient aandacht te zijn voor het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten en overige aanwezigen en vooral ook hoe dit wordt voorkomen. De achterwachtregeling dient beschreven te worden, alsmede het vier-ogen-principe. Deze beschreef je normaal gesproken in het pedagogisch beleidsplan, maar deze dient vanaf januari 2018 een plekje te krijgen in je beleid veiligheid en gezondheid.

Als laatste een verandering waar ik heel gelukkig van word en ik bijna niet snap waarom dit nog niet verplicht was. Er moet altijd ten minste één volwassene aanwezig zijn met een certificaat Eerste Hulp aan kinderen. Welk certificaat precies voldoet, wordt momenteel nog vastgesteld maar ik ga ervan uit dat een certificaat van een erkend opleidingsinstituut wel zal voldoen.

In de vorige drie blogs heb je al kunnen lezen wat de Wet IKK betekent voor de definitie van verantwoorde kinderopvang, voor je pedagogisch beleidsplan en voor je beleid veiligheid en gezondheid.
Uiteraard brengt de Wet IKK nog wat andere veranderingen met zich mee. In deze blog zal ik jullie informeren over de laatste onderwerpen die ik nog niet had belicht.

Opleidingseisen pedagogisch medewerkers
Kennen jullie dat? Je vindt een geweldige medewerker voor op jouw buitenschoolse opvang, maar het diploma van deze medewerker is niet conform de cao kinderopvang. Je hebt nu twee keuzes: of een gelijkstellingstraject starten of een EVC-procedure in gang zetten. Vaak zijn deze stappen onbekend en spannend en durf je daarom toch niet het risico te nemen. Hierdoor kies je mogelijk voor een andere sollicitant. Het goede nieuws is dat vanaf 1 januari 2018 de opleidingseisen voor beroepskrachten in de buitenschoolse opvang worden bijgesteld. Hierbij zullen er een aantal nieuwe opleidingen worden opgenomen, waardoor je de sollicitant die je nu nog afwijst, omdat haar diploma niet conform cao kinderopvang is, in 2018 wel kan aannemen. Het slechte nieuws is dat dit prachtige nieuwe lijstje nog niet is opgesteld. Wij zullen dus nog even vol spanning moeten wachten welke diploma’s zometeen geschikt zijn voor werkzaamheden in de buitenschoolse opvang.

Naast deze wijziging geldt dat de beroepskrachten van de babygroep zometeen opgeleid dienen te zijn als babyspecialist. Deze beroepskrachten dienen dus allemaal een scholing te volgen. Nu is het zo dat de overheid niet kan verwachten dat per 1 januari 2018 alle babyleidsters volgens de nieuwe vereisten zijn opgeleid, met name omdat er nog geen duidelijkheid bestaat over welke cursussen en opleidingen volstaan. Wanneer deze regeling ingaat, is tot dusver onbekend.

Tot slot is aan de kwaliteit en opleidingseisen voor pedagogisch medewerkers nog gesteld dat zij het Nederlands op 3F-niveau kunnen spreken. Volgens de laatste berichten is hiervoor een ingroeiperiode ingesteld die duurt tot januari 2023. Dit betekent dat alle houders tot die tijd de kans krijgen om alle beroepskrachten die zij in dienst hebben, te laten voldoen aan deze taaleis. De overheid is, in samenwerking met onderwijspartners en de brancheorganisaties, momenteel nog aan het bepalen welke opleidingen en certificaten zometeen laten blijken dat jouw beroepskracht voldoet aan deze taaleis. Dus ook hier moeten wij nog even geduld voor hebben.

Welke regeling wel vanaf 1 januari 2018 van kracht gaat en wellicht ook te maken heeft met de opleidingseis van pedagogisch medewerkers, is het verplicht aanwezig zijn van minimaal één medewerker met een EHBO-diploma, gedurende de gehele openingstijd. Hierover schreef ik al in mijn vorige blog. Mocht je die gemist hebben, lees hem dan hier nog even terug.

Meer stabiliteit voor kinderen
In een van mijn vorige blogs heb ik ook geschreven over de mentor voor ieder kind. Deze mentoren zijn ‘aangesteld’ om zo de stabiliteit voor de kinderen te vergroten. Daarnaast wordt ook de wetgeving met betrekking tot vaste gezichten voor nul-jarigen aangepast. Vanaf 1 januari 2018 dient elk kind tot één jaar ten hoogste twee vaste beroepskrachten toegewezen te krijgen. Indien er wegens de stamgroep grootte met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt, mogen dit er maximaal drie zijn. Ik merkte al snel op dat deze nieuwe wetgeving voor heel veel discussie zorgt, want hoe gaan we dit in de praktijk brengen? Houders begonnen al te roepen dat het onmogelijk was en niet haalbaar et cetera. Hier ben ik het toch echt niet mee eens! Mag je even gaan puzzelen met je inzet van je beroepskrachten? Ja zeker. Moeten er wellicht arbeidscontracten worden aangepast of moet het dienstrooster worden omgegooid? Wellicht.
Allereerst wil ik benadrukken dat het niet zo is dat er maar twee beroepskrachten op de groep mogen staan. De wet schrijft alleen voor dat er altijd één van de twee vaste beroepskrachten op de groep dient te staan. De beroepskracht naast deze vaste beroepskracht mag iemand anders zijn.
Oké, ik snap dat dit misschien wat onduidelijk is. Het is lastig om op te schrijven wat er nu precies wordt bedoeld. Dus laat ik voor de duidelijkheid even een ‘voorbeeldrooster’ maken.

Je hebt een babygroep waar per dag twee pedagogisch medewerkers ingezet dienen te worden. Rosa en Saar zijn jouw vaste beroepskrachten van deze groep. Zij zijn tevens mentor van de kinderen op de groep. Naast Rosa en Saar is ook Vera op de groep ingezet om op deze manier op alle dagen aan het beroepskracht-kindratio (bkr) te voldoen.

Het rooster ziet er dan als volgt uit:
Maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag
Saar x x x x
Rosa X x x x
Vera x x

Het is zo dat je hierdoor wellicht met minder parttimers moet gaan werken. Naast bovenstaande oplossing zijn er nog vele andere te verzinnen. Je zal voor jouw eigen organisatie de puzzel moeten maken. Je kunt bijvoorbeeld ook zeggen dat jouw babygroep nog maar vier dagen in de week open gaat of aangepaste openingstijden heeft. Ik wil hierbij wel duidelijk benoemen dat wat mij betreft keuzes gemaakt dienen te worden vanuit jouw visie op babyopvang. Is jouw visie dat je het van belang vindt dat baby’s voldoende tijd doorbrengen met de ouders, zodat zij hierdoor een sterkte hechtingsband op kunnen bouwen, dan kan één dag geen babygroep aanbieden een optie zijn. Met de veranderingen ten aanzien van babyopvang wordt ook een deur geopend voor jouw als houder om actief na te denken over babyopvang, jouw visie daarop en hoe je dit in de praktijk vorm gaat geven. Dit is ook iets moois om mee te nemen in jouw nieuwe pedagogisch beleidsplan.

Dan heb ik nu in mijn blogs alle onderwerpen ten aanzien van de Wet IKK belicht, op twee kleine onderwerpen na. Namelijk de inzet van vrijwilligers en stagiaires. Vanaf 1 januari 2018 mogen vrijwilligers niet meer formatief worden ingezet. Dit betekent dat vrijwilligers niet mee tellen in het bkr. Uiteraard mogen vrijwilligers wel binnen de organisatie blijven werken als extra ondersteuning van de beroepskracht.
Daarnaast wordt de inzet van stagiaires beperkt. En ja, ik ga het weer zeggen; het hoe en wat weten we nog niet. Dit wordt nog vastgesteld in de cao kinderopvang dus, ook hier zullen wij nog even geduld moeten hebben om het fijne ervan te weten te komen. Wel kan ik jullie vertellen dat in de Wet IKK is opgenomen, dat het aandeel van het aantal beroepskrachten in opleiding en de stagiaires die formatief worden ingezet, niet groter dan één derde van het personeelsbestand aan pedagogisch medewerkers op een kindercentrum mag zijn. De stagiaires en beroepskrachten in opleiding mogen uiteraard nog wel boventallig op de groep aanwezig zijn om te leren, te ontwikkelen en daarbij de pedagogisch medewerkers te ondersteunen.

Mocht je een meer gedegen advies willen voor jouw organisatie, handvatten willen krijgen over hoe je dit kunt aanpakken en de mogelijkheid willen krijgen om nog meer informatie en kennis te vergaren, alsmede al jouw vragen te stellen, dan nodig ik je van harte uit om deel te nemen aan de training; “IKK in de praktijk” verzorgd door Sterk in kinderopvang en Pulito. Kijk voor meer informatie en datums van de trainingen op de website van Sterk in kinderopvang of schrijf je direct in via de mail.

De volgende blog is alweer de laatste blog in de serie over de Wet IKK. Samen met Reinoud Kroese van Pulito Advies zal ik deze blog schrijven. De blog zal gaan over alle veranderingen die in 2019 zullen plaatsvinden. We zullen hierin ook de bedrijfsmatige kant belichten.

Gelukkig is de invoering van een aantal ingrijpende wettelijke eisen in het Besluit IKK uitgesteld tot 1 januari 2019. Omdat de financiële consequenties voor kindercentra nog niet goed in kaart zijn gebracht, omdat het beter is om de sector meer tijd te geven om de bepaalde maatregelen te kunnen nemen en omdat de overheid en cao partners zelf meer tijd nodig hebben om specifieke eisen m.b.t. beroepskwalificaties verder uit te werken, heeft het ministerie van SZW besloten om bepaalde onderdelen van de wet pas later in werking te laten treden.

De buitenruimte
De aanpassing in de regelgeving over de buitenruimte is uitgesteld. De afgelopen jaren is gebleken dat er met name onduidelijkheid is bij gedeelde buitenruimtes met bijvoorbeeld scholen. De knelpunten zijn deels in kaart gebracht en in 2018 zal worden bepaald welke specifieke eisen er vanaf 1 januari 2019 gaan gelden voor gedeelde buitenruimtes. In ieder geval zal de bestaande eis dat ieder kind minimaal 3 m² tot zijn beschikking heeft, blijven bestaan.

Wijziging Beroepskracht-kindratio (bkr) babyopvang en op de BSO
De belangrijkste maatregel is dat per januari 2019 de bkr voor 0-jarigen wordt gewijzigd. De bkr voor baby’s tot 1 jaar wordt vanaf 1 januari 2019 drie baby’s op één pedagogisch medewerker. Nu is dat nog vier baby’s op één pedagogisch medewerker. Dat betekent dus hogere personeelskosten. Op de BSO wordt de bkr per 1 januari 2019 verruimd van tien kinderen per pedagogisch medewerker naar 12 kinderen per pedagogisch medewerker.

De geraamde kostenstijgingen voor kindercentra door die nieuwe bkr-regels zijn hoger dan het ministerie dit voorjaar heeft aangegeven. Uit een onderzoek van adviesbureau Buitenhek blijkt dat de verwachte kosten hoger zijn dan de kostenramingen van het ministerie. Verder zijn er grote verschillen tussen kindercentra. Voor kleinere kinderopvangorganisaties zullen de personeelskosten in 2019 harder stijgen dan bij grootschalige kinderopvanglocaties. Hierdoor dreigt – met name in kleinere gemeenten – kinderopvang vanaf 2019 duurder te gaan worden. Dit betekent dat de toegankelijkheid van de kinderopvang voor kinderen van ouders met lagere inkomens, in gevaar komt. Mede daarom heeft de minister afgelopen juli besloten de aangepaste bkr-eisen met een jaar uit te stellen.

Dat betekent alleen uitstel. Hopelijk is de overheid zo verstandig om eerder en beter op een rijtje te zetten wat de werkelijke hogere personeelskosten zullen zijn en al voor de zomer van 2018 een duidelijke indicatie te geven van de maximale kinderopvangvergoedingen voor ouders per 1 januari 2019. Anders zijn kindercentra niet in staat om tijdig de noodzakelijke maatregelen nemen.

Voor kindercentra zelf is het van essentieel belang om niet te gaan zitten wachten tot het 2019 is. Zij zullen de eerste helft van 2018 moeten gebruiken om goed in kaart te brengen wat dit betekent per opvanglocatie. Daar is geen algemene formule voor. Het hangt af van het pedagogische beleid (horizontale groepen en/of verticale groepen), het aantal kindplaatsen, het aantal stamgroepen, de leeftijdsopbouw van de kinderen op de locatie, de grootte van stamgroepruimtes, de eventuele mogelijkheid om het aantal kindplaatsen op de locatie uit te breiden, et cetera. Hetzelfde geldt voor de verruimde BSO bkr per 1 januari 2019. Zijn er überhaupt voldoende extra vierkante meters om in een basisgroepsruimte 24 in plaats van 20 kinderen op te gaan vangen? En wat zijn de eventuele kosten van een dergelijke uitbreiding?

Pedagogisch beleidsmedewerker
Dit is de andere belangrijke verandering per 1 januari 2019. Op ieder kindercentrum moet ook een HBO-geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker (PBM’er) worden ingezet. Aan welke precieze opleidingseisen deze PBM’er moet voldoen, is nog niet duidelijk, want dit moet nog verder worden uitgewerkt in de cao kinderopvang.

De PBM’er moet jaarlijks een aantal uren worden ingezet voor het coachen van de pedagogisch medewerkers, het vorm geven van het pedagogisch beleid en de implementatie van dit beleid. Hoeveel uur per locatie dit is wordt bepaald door de volgende formule: (50 uur x het aantal kindercentra) + (10 uur x aantal fte pedagogisch medewerkers). Het kindercentrum bepaalt zelf wanneer de PBM’er op de vestigingen ingezet wordt. Elke pedagogisch medewerker krijgt coaching. Het is mogelijk om de PBM’er als die op de groep staat als pedagogisch coach, formatief in te zetten. De PBM’er telt dan mee voor de bkr.
Hoe, waarvoor en wanneer de PBM’er wordt ingezet moet schriftelijk worden vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de coachingssessies van de pedagogisch medewerker.

Ook hier is het verstandig om 2018 te gebruiken om het beleid goed op te zetten en tijdig op zoek te gaan naar een goede PBM’er. Voor kleinere kindercentra is het belangrijk om te weten dat deze PBM’er niet per se in (loon-)dienst hoeft te worden genomen.

Dit was alweer de laatste blog in de serie van vijf over het Besluit IKK. Wil je meer informatie? Wil je ermee aan de slag? Wil je samen met collega-kindercentra brainstormen over het Besluit IKK? Wil je weten wat dit voor jou betekent en hoe je IKK het beste kunt implementeren? Schrijf je dan snel in voor de training ‘IKK in de praktijk’ van Sterk in kinderopvang en Pulito Advies. Kijk snel op de website voor meer informatie over de training en de volgende trainingsdata in oktober van dit jaar.

Het vaste gezichtencriterium voor nul-jarige.
Als er op de groep in de week met drie pedagogisch medewerkers wordt gewerkt ( dagelijks twee pedagogisch medewerkers) dan moeten er twee vaste gezichten gekozen worden. Indien je met drie pedagogisch medewerkers per dag op de groep werkt dan mogen er drie vaste gezichten gekozen worden. Op facebook werd de vraag gesteld, hoe kan ik zorgdragen voor vaste gezichten tijdens de vakantieperiode als ik twee vaste gezichten heb. Het antwoord daarop is heel simpel, in de praktijk blijkt dit namelijk bijna onmogelijk. De enigste opties is dat als een van de vaste gezichten op vakantie gaat het andere vaste gezicht vijf dagen werkt, dit is natuurlijk vaak niet haalbaal in praktijk. Probeer daarom tijdens vakantieperiode in ieder geval vier dagen een vast gezicht in te zetten, op de andere dag kun je dan een vertrouwde pedagogisch medewerker inzetten die normaal gesproken naast de vaste gezichten werkzaam is op de groep. Afhankelijk van de gemeente waarin je kinderdagopvang zich bevindt zal dit als overtreding worden gezien met verzachtende omstandigheden waardoor handhaven conform handhavingsbeleid van de gemeente niet wordt geadviseerd of hoe hard het ook klinkt, want je bent nu eenmaal in overtreding, er wordt geadviseerd te handhaven conform handhavingsbeleid van de gemeente.
Ik weet het is niet eerlijk! Ik hoop dan ook dat de overheid, die deze prachtige regel heeft bedacht in zijn gouden torentje er nog eens kritisch naar gaat kijken. Want als je heel goed kijkt is deze regel ook een beetje in strijd met andere zaken. Bijvoorbeeld, normaal gesproken werken je medewerkers 9 uren op een dag zodat de drie uurs regeling gewaarborgd blijft, moet het vaste gezicht dan opeens vijf dagen werken (5X9uur=45uur) dan ben je in strijd met bv. De arbeidswet. Maar laat je die zelfde medewerker dan een dag maken van 8 uur (5x8uur=40uur) dan komt je in de problemen met je drie uurs regeling. Die op zijn beurt weer niet te pas en onpas gewijzigd mag worden.

Met de verandering van de BKR in 2019 voor de nul-jarige is het voor probleem voor veel kinderopvang organisatie opgelost, gezien zij nu dagelijks met drie pedagogisch medewerkers staan. Waardoor je ook drie vaste gezichten hebt. Hierdoor kun je tijden de vakantie van één vast gezicht het vaste gezichten criterium op alle dagen oplossen met de andere vaste gezichten.

Als laatste wil ik jullie graag de tip meegeven om in het personeelsbeleid een deel op te nemen over regels omtrent vrij vragen. Hierin kun je namelijk heel goed de regel opnemen dat vaste gezichten niet tegelijkertijd op vakantie kunnen. Dit is natuurlijk een beetje gek en niet helemaal eerlijk tegenover de vaste gezichten, maar op deze wijze voorkom je wel dat je straks in de zomervakantie niet aan het vaste gezichten criterium kunt voldoen.

Basisgroeptafels in de BSO
Daarnaast was er een vraag over de basisgroeptafels in de BSO, die in de praktijk stamgroeptafels worden genoemd. Het gaat om BSO’s met één grote ruimte. Om het even makkelijk te houden in deze blog, laten we stellen dat het gaat om een ruimte van 140m3. Hier mogen qua vierkante meters 40 kinderen worden opgevangen.
Bij de BSO hoeft niet elke groep een eigen leefruimte te hebben zoals dit wel is binnen de kinderopvang. Op de BSO mag je werken met basisgroeptafels. Wat dit betekent, ik ga het proberen uit te leggen, maar merk nu als dat dit voor mij een hele uitdaging is! Niet omdat ik niet weet hoe het zit, maar om het begrijpelijk en bondig op papier te zetten.

Laat ik beginnen met uit te leggen dat je bij een dergelijks BSO buiten etenstijden altijd gebruikt maakt van het open deuren beleid. Kinderen mogen dus zelf kiezen waar zij willen spelen. De BKR blijft berekent op groepsniveau.

In mijn voorbeeld mag je dus 40 kinderen opvangen, maar deze 40 kinderen mogen niet allemaal in één basisgroep. Je creëert dus twee basisgroepen, van elk 20 kinderen met elk dan weer twee pedagogisch medewerkers. In de ruimte plaats je vervolgens twee tafels, bijvoorbeeld eentje aan de rechterzijde van de ruimte en eentje aan de linkerzijde van de ruimte. De tafels duiden je basisgroep aan, de tafel is dus eigenlijk je ‘leefruimte’. Gedurende eetmoment gaan de kinderen naar hun eigen basisgroep, oftewel naar hun eigen tafel met hun eigen pedagogisch medewerkers. Na het eetmoment geld per direct weer het open deuren beleid en mogen alle 40 kinderen kiezen waar zij willen spelen.

Dit klinkt allemaal heel makkelijk, maar in de praktijk gaat het vaak fout zie ik. Bijvoorbeeld kinderen die dan toch even bij de andere tafel worden gezet, want dat is gezelliger. Of er zijn in totaal maar 28 kinderen, in beide basisgroepen 14 kinderen en er wordt een medewerker naar huis gestuurd want, je mag 28 kinderen met zijn 3 pedagogisch medewerkers opvangen. Dit alles mag niet, je moet je echt aan de wet en regelgeving houden. Als het gaat om de BKR bekijk je die vanuit de basisgroep, dus zijn er op beide groepen 14 kinderen aanwezig ben je met vier pedagogisch medewerkers, ondanks dat je het totaal met drie pedagogisch medewerkers mag opvangen. Ook omtrent samenvoegen gelden dezelfde regels, je mag niet per dag bekijken wie aan welke tafel gaat zitten, of losse kinderen even aan de andere tafel zetten. Als je wilt samenvoegen dient dit vooraf bekent te zijn en dienen ouders hier schriftelijke toestemming voor de geven. Mocht je dus gebruik maken van de basisgroeptafels is het heel belangrijk dat je goed stilstaat bij de wetgeving en dat je deze ook duidelijk kan overdragen naar de pedagogisch medewerkers zodat het goed verloopt in de praktijk.

Ik hoop dat de vragen zo een beetje duidelijk beantwoord zijn, mocht dit toch niet het geval zijn? Dan kun je mij altijd een persoonlijk mailtje sturen!

Goed nieuws met de nieuwe wetgeving is het nog ‘makkelijker’ geworden op risicovol buitenspelen op te nemen in het beleid veiligheid en gezondheid.

Leren omgaan met kleine risico’s
Risicovol buitenspelen heeft ontzettend veel waarde voor het kind, het ontwikkelt zich op diverse gebieden, maar daarnaast kan risicovol buitenspelen ook een hele mooie plek innemen in jullie beleid veiligheid en gezondheid. In de nieuwe wet staat beschreven dat kinderopvang organisatie moeten beschrijven hoe zij kinderen met kleine risico’s om leren gaan. Risicovol buitenspelen is een ontzettend mooi voorbeeld hoe je kinderen verantwoord om kunt leren gaan met risico’s. Dus heb jij een klimboom in de tuin staan? Super , laat de kinderen lekker klimmen! Hebben jullie pallets en hout om een gave hut te bouwen? Geweldig laat de kinderen ontdekken en vooral bouwen.
Uiteraard is het wel belangrijk dat jullie gezamenlijk een visie vormen; waarom vinden wij het belangrijk dat kinderen om leren gaan met kleine risico’s? en hoe zorgen wij ervoor dat kinderen op verantwoorde manier om kunnen leren gaan met kleine risico’s?

Angst om het fout te doen
Momenteel is de angst om risicovol buiten te spelen of een uitdagende buitenspeelruimte te hebben nog groot. Vaak is de angst er dat je wordt gehandhaafd op een onveilige situatie. Dit hoeft absoluut niet, als je een gedegen beleid hanteert waar je een duidelijk visie in hebt staan en de buitenruimte met alle risico’s hebt beschreven dan is het hebben van een uitdagende buitenruimte alleen maar een positieve bijdrage aan de kinderopvang.

Hoe verwerk ik dit in mijn beleid veiligheid en gezondheid?
De grote vraag blijft dan natuurlijk; ‘Hoe?’. Bij het congrestival risicovol buitenspelen zal ik een workshop geven waarin ik zal vertellen hoe je dit in het beleid veiligheid en gezondheid kan verwerken, zodat het voldoet aan de wet kinderopvang.
Om al een tipje van de sluier op te lichten zal ik hier alvast een klein voorbeeld geven. In de buitenruimte heb je diverse stambomen liggen, waar kinderen over heen kunnen klimmen, vanaf kunnen springen maar natuurlijk kan de boomstam ook als piratenschip dienen. Al met al ontzettend leuk voor de kinderen maar stiekem natuurlijk ook voor het oog.
De risico’s van zo een boomstam? Splinters, kinderen struikelen erover, kinderen vallen er van af, kinderen verwonden zich eraan en ga zo maar door.
In het beleid veiligheid en gezondheid neem je vervolgens op dat jullie Boomstammen in de buitenruimte hebben. Hierbij beschrijf je de werkafspraken die je hebt gemaakt met de pedagogisch medewerkers, bijvoorbeeld ; draag de regels met kinderen over aan de kinderen, indien de bomen splinter en / of gevaar opleveren deskundige inschakelen , begeleid kinderen met onvoldoende klimvaardigheden met het klimmen op de boomstam. Daarnaast beschrijf je de afspraken die je met de kinderen hebt gemaakt bijvoorbeeld; wij duwen elkaar niet van de boomstam af. Zodat het gebruik van de boomstam veilig kan gebeuren.
Op deze wijze beschrijf je alle onderwerpen met betrekking tot risicovol buitenspelen.

Congrestival risicovol buitenspelen
Op 9 mei wordt in de Metaal Kathedraal in uitrecht het congrestival risicovol buitenspelen gegeven. Sterk in kinderopvang biedt hier de workshop: ‘risicovol buitenspelen verwerken in het beleid veiligheid en gezondheid’. Wilt u een casus inbrengen? Dan horen wij het graag!
Ook is er deze dag ruimte voor advies op maat.

De grootste fabeltje in kinderopvangland!

Regelmatig kom ik bij klanten die quasi verbaasd zeggen; ‘maar dat moet toch?’ of ‘dat mag toch niet?’. Zo kom ik dan ook vaak ‘fabeltjes’ , misverstanden of overbezorgde houders en leidinggevende tegen. Zij doen iets omdat zij denken dat dit moet terwijl dat helemaal niet zo is! Hoogst tijd voor een blog over deze prachtige fabeltjes en of deze nu wel of niet waar zijn.

Fabeltje nummer 1; werken met de risicomonitor van veiligheids.nl is verplicht
Absoluut het grootste fabeltje in kinderopvangland! Het werken met de risicomonitor is niet verplicht! Het is een handig hulpmiddel en als je weinig ervaring hebt in de kinderopvang kan deze tool je heel goed helpen. Echter ben je het absoluut niet verplicht. Je mag je beleid veiligheid en gezondheid vorm geven op een manier die jij prettig vindt. Uiteraard moet deze voldoen aan verschillende wettelijke eisen en er uiteindelijk toe leiden dat veilige en gezonde kinderopvang gewaarborgd is, maar de verplichting van de risico monitor is er niet! Zo werk ik zelf met een eigen ontworpen format en heb ik diverse klanten die met veel succes hun eigen beleid veiligheid en gezondheid hebben vorm gegeven.

Fabeltje nummer 2; er mogen maar twee medewerkers op de babygroep staan
Met de nieuwe wetgeving zijn er wat vragen ontstaan over het vaste gezichtencriterium. Ik wordt dan ook regelmatig gebeld met de vraag; als ik maar twee medewerkers op de babygroep mag inzetten moet ik ze dan verplichten om vijf dagen te gaan werken? Nee hoor niet nodig! Het vaste gezichtencriterium houdt in dat op de dag minimaal één van de twee vaste gezichte aanwezig mag zijn. Diegene die ernaast staat mag dus iemand anders zijn. Ik raad je wel aan om de vaste gezichten vier dagen te laten werken en daarnaast één vertrouwde pedagogisch medewerker te plaatsen, het is natuurlijk niet bevorderlijk voor de baby’s om elke dag een ander gezicht naast de vaste pedagogisch medewerker te zien

Fabeltje nummer 3; als mijn vaste gezicht op vakantie is ben ik in overtreding
Dit fabeltje is helaas waar. Daarom raad ik je ook absoluut aan om de vaste gezichte vier dagen te laten werken. Daarnaast is het belangrijk dat je nooit de vaste gezichten gelijktijdig op vakantie laat gaan. Wanneer er dan één vast gezicht op vakantie is en / of ziek is, is er slecht één dag per week geen vaste gezicht aanwezig. Zet op deze dag in ieder geval een vertrouwde pedagogisch medewerker in. Als je als houder kan aantonen dat je veel inspanning hebt verricht om elke dag een vast gezicht op de groep te hebben en het door omstandigheden ( ziekte, verlof en vakantie) niet is gelukt om op één dag een vast gezicht op de groep te hebben dan zal de inspecteur naar alle waarschijnlijkheid in het inspectierapport opnemen; overtreding van de wet , adviseert om niet handhavend op te treden.

Fabeltje nummer 4; als er een pedagogisch medewerker alleen op de groep staat met openen of sluiten telt dit mee voor de drie-uursregeling
Als een pedagogisch medewerker alleen op de groep staat betekent dit niet meteen dat dit af gaat van de drie-uursregeling. Pas wanneer de pedagogisch medewerker teveel kinderen opvang dan toegestaan is volgens de BKR begint ‘de klok te tikken’ en wijk je af volgens de drie-uursregeling. Bijvoorbeeld; op 7:00 uur gaat het kinderdagopvang open, er staat één pedagogisch medewerker op de peutergroep. Om 8:30 komt de negende peuter binnen, vanaf dit moment wijk je af van de BKR en telt het mee voor de drie-uursregeling. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn dat de pedagogisch medewerker ten tijden van de drie-uursregeling nooit alleen in het pand aanwezig mag zijn en nooit meer dan 150% kinderen volgens de BKR mag opvangen bij peuters bv; de pedagogisch medewerker mag volgens het BKR 8 peuters opvangen, ten tijden van de drie-uursregeling is dit 150% dus 12 peuters.

GGD inspecteurs zijn onder veel pedagogisch medewerkers, leidinggevenden en houders niet geliefd. Het zijn mierenneukers, ze leggen op elke slak zout en ze hebben zeker weten geen leven, want anders zouden ze jouw leven toch niet zo verzieken?
Wekelijks hoor ik verschillende mensen klagen over die verschrikkelijke mensen die inspecteur kinderopvang zijn. De één vindt dat ze erop uit zijn om het bedrijf kapot te maken, de ander vindt ze bekrompen en weer een ander zegt dat ze alles bij elkaar liegen. Het ligt altijd aan de inspecteur, zij hebben de ‘macht’, zij zijn diegene die alles ‘kapot’ maken.
Absoluut, want wij uit de kinderopvangwereld zijn perfect. Wij maken nooit fouten en we leven allemaal de wet kinderopvang letter voor letter na, want deze kennen we immers allemaal uit het hoofd!
Wij rijden ook nooit te hard in de auto, betalen altijd parkeerkosten en gooien nooit iets op straat. Ondernemers en werknemers in de kinderopvang zijn perfect, uitmuntend, engelen en goden.

Heerlijk, zwart – wit neergezet, maar toch merk ik dat dit in de praktijk gebeurt. Met name de ‘ik doe niets fout’ houding en ‘zij zijn verschrikkelijk’ lijkt momenteel erg hip in kinderopvangwereld Zo zie ik regelmatig dat houders of leidinggevenden echt heel boos zijn op de inspectie. Wanneer ik aangeef dat ik het met hun eens ben of van te voren een tekortkoming ten aanzien van de wet kinderopvang constateer zijn ze juist blij. Blij dat ik meld dat iets niet helemaal gaat zoals het hoort en zij dit moeten veranderen. Ik denk dan ook soms dat houders en leidinggevenden niet zozeer boos zijn, omdat zij op de tekortkomingen worden gewezen, maar omdat het openbaar wordt gemaakt. Dat het zwart op wit staat en voor iedereen inzichtelijk is.

De GGD inspecteur
Is de GGD inspecteur echt zo verschrikkelijk? Is de GGD hier om de houders van kinderopvangorganisaties het lastig te maken of het leven te verzuren?
Absoluut niet, de GGD is hier met dezelfde reden als iedereen die in de kinderopvang werkt. Zij willen het beste voor de kinderen, zij willen de beste ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen en ook zij willen dat alle kinderen veilig zijn. Dit alles handhaven doen zij aan de hand van de wet kinderopvang door het opleggen van eventuele last onder dwangsommen of zelfs boetes. Natuurlijk is het complexe materie de wet kinderopvang, zelfs soms wat onduidelijk hier en daar. Want wat is nou meetbaar? Wat wordt als voldoende gezien en wat niet? Uiteindelijk is het de GGD inspecteur die beoordeeld of de kinderopvangorganisatie voldoet aan de wet kinderopvang of niet.
Het moment van de inspectie en de spannende periode na afloop. Hoe zal het rapport zijn? Zal alles naar waarheid zijn ingevuld of hebben ze weer overdreven? Pakken ze me weer op een onbelangrijk detail? Waarschijnlijk allemaal gedachtes die door jullie hoofd gaan. Dat is logisch het is een spannende periode, maar wellicht kun je er anders naar kijken. Kijk ernaar op een manier van; zij helpen mij de kwaliteit te verbeteren, zij willen net als mij het beste voor de kinderen en samen bereiken wij dit doel.

De kinderopvangorganisatie
Wij zijn mensen, we maken weleens fouten en kunnen niet alles tot in perfectie regelen. Soms zorgt dit voor een handhaving in het rapport, groot of klein, het is een handhaving.
Vanuit daar begint meestal de volgende discussie: zij hebben geen gelijk, zo is het niet gebeurt. Het wordt een welles – nietes spelletje. Bekijk het eens van de andere kant, durf als houder toe te geven dat je fout zat. Durf toe te geven dat je een steekje hebt laten vallen of dat je niet wist hoe het wel hoorde. Zorg er vervolgens voor dat je groeit en dat er dergelijke voorvallen in de toekomst niet meer kunnen gebeuren.
Zorg ervoor dat je minder boos en gestrest wordt van het feit dat er een inspecteur langs komt, zij zijn daar immers met hetzelfde doel als jou. Daarbij zal een vriendelijkere houding van de leidinggevenden of houder en minder stress ook een positieve uitwerking hebben op de pedagogisch medewerkers.
Zorg dat je goed bent voorbereid op een eventuele inspectie, op elk moment van het jaar, op elke dag. Want als jij alles op orde hebt en alles doet zoals het hoort, dan verloopt de GGD inspectie ook soepel. Natuurlijk is het lastig om als houder objectief te blijven en alles goed te controleren. Daarom biedt Sterk in kinderopvang de voorinspectie aan. Tijdens de voorinspectie komt Sterk in kinderopvang op locatie langs en worden de medewerkers op handelen naar beleid geobserveerd. Daarnaast worden de beleidsstukken beoordeeld. Van deze voorinspectie ontvangt u een rapport met daarin de bevindingen. Tevens zijn daarin adviezen met betrekking tot verbeterpunten en groeimogelijkheden opgenomen. Een voorinspectie kan van te voren tekortkomingen constateren en daarbij kunnen de medewerkers oefenen met een inspectiebezoek, zonder dat er iets zwart op wit openbaar wordt gemaakt en er een handhaving aan vast zit.

Natuurlijk maakt de GGD wel eens een foutje, worden er conclusies getrokken die wij niet direct begrijpen. Wat dat betreft is niemand perfect. Het is alleen de manier hoe jij daar als houder of leidinggevende mee omgaat. Ga in plaats van er tegen in eens rustig in gesprek met je inspecteur. Soms helpt het en soms blijf je verbaasd achter met een rapport dat je niet helemaal begrijpt.

Vloek of een zegen?
Geloof mij, de inspecteurs kinderopvang zijn geen verschrikkelijke mensen. Zij hebben een groot hart, liefde voor kinderen en de kinderopvangbranche. Helaas, zijn zij ook gezegend met de taak andere mensen erop te wijzen dat zij niet voldoen aan de wet kinderopvang een boodschap die eigenlijk nooit leuk is, maar wel hard nodig. De GGD inspecteur is wat mij betreft dan ook zeker een zegen, die helaas soms aanvoelt als een vloek. Uiteindelijk hebben we allemaal als doel een goede kwaliteit binnen de kinderopvang te leveren en daarom is het goed om het ‘hun tegen ons’ imago los te laten.

Mis jij een interessant onderwerp?